‘Morgen weer naar school. Zin in?’ Kris probeert een gesprek met haar kids te voeren. Beide staren ze naar hun telefoon.
‘Mwah, prima.’ Bromt een donkere stem vanuit zeker 10 cm meer Berend.
‘Hebben jullie een goed rooster?’
‘Nou mijn klas is matig maar mijn mentor is oké, die is best lief. Gelukkig heb ik een paar keer eerste uur vrij.’ Eefje vindt haar bed heel fijn.
‘Mam.’
‘Ja, Beer.’
‘Ga jij dit jaar niet steeds in mijn Magister kijken pleazzzz.’ Kris voelt zich betrapt. Haar wangen worden een beetje rood.
‘Ik doe het zelf dit jaar, vertrouw me maar.’
‘Ja tuurlijk, ik weet dat jij het kan hoor,’ stottert Kris. Beer kijkt haar met grote ogen aan.
‘Haal je de Magister app dan van je telefoon?’
Kris is zoals veel moeders gewoon nieuwsgierig. Ze wil graag weten hoe haar kinderen het doen. Gek genoeg vertaalt Berend haar interesse in wantrouwen en bemoeizucht.
‘Beer, jij zegt nooit wat. Oké, we maken een deal. Jij vertelt mij meer en ik haal de app weg. Oké?’
Zij laat haar kinderen dingen zelf oplossen omdat ze weet dat fouten maken de basis is om te leren. Kris heeft ook nooit een uittreksel of werkstuk voor haar kids gemaakt. Een keer had Beer zijn spreekbeurt niet af, dat heeft hij geweten. Stotterend stond hij voor de klas. Dat doet hij nooit meer. Nee, Kris laat ze niet spartelen. Ze geeft ze ruimte om het verkeerd te doen. Ze is betrokken en wil het beste voor haar kinderen. De app was handig, maar controle is niet goed. Ze weet het.
Haar voornemen voor dit schooljaar is meer vragen stellen. Open vragen stellen aan haar kinderen. Wat heb je geleerd vandaag in plaats van was het leuk op school? Wat was het leukste vandaag op school? Welke vakken zijn nou een beetje interessant? Waar ben je goed in? Waar zou je hulp willen hebben? Wat wil je leren? Welk doel heb je dit jaar, deze week, vandaag?
Of ze echt antwoord krijgt is nog de vraag. De achterliggende gedachte is dat ze haar kinderen wil laten voelen dat ze in ze gelooft en dat ze ze volledig vertrouwt. Niet omdat het moet, maar omdat het zo is.
?


